Algemeen letterkundig lexicon

apollinisch/dionysisch

HKU Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
Nieuwekade 1
3511 RV Utrecht
030 209 1509
https://www.hku.nl


Lectoraat Performatieve Maakprocessen
Contactpersoon: Nirav Christophe
Email: nirav.christophe@hku.nl

 

Termen, door F.W. Nietzsche (1844-1900) geïntroduceerd in diens Die Geburt der Tragödie (1872), en geïnspireerd op de filosofie van A. Schopenhauer (1788-1860). Met het apollinische, ontleend aan de naam van Apollo, de Griekse god van de kunsten, duidt men alles aan wat, tegenover het dionysische, in wereldbeschouwing, levensleer en kunst de kenmerken draagt van het statische, evenwichtige intellect en van datgene wat streeft naar maat, orde en harmonie. Het betreft een houding waarop rede, begrenzing en evenwicht hun stempel drukken.Ten aanzien van de kunsten doelt de term op licht en begrijpelijkheid, rede, symmetrie, schoonheid en genezing. Nietzsche zag het apollinische als een van de hoofdkenmerken van de Griekse kunst. Samen met het dionysische, waarmee het in een voortdurende spanningsverhouding staat, vormde het de grondslag van de Griekse cultuur zoals die bijv. in de tragedie tot uiting komt. De Griekse kunstwerken werden in deze optiek gezien als producten van een krachtig conflict, niet zozeer serene rust representerend als wel een met moeite verkregen overwinning.

Het dionysische staat - tegenover het apollinische - voor alles wat, in religie, moraal, en esthetiek het scheppende, heroïsche, duistere en chaotische representeert. Op het gebied van de kunsten gaat het, in de lijn van de dithyrambische (dithyrambe) razernij van de wijngod Dionysus, vooral om elementen als onbegrijpelijkheid, disharmonie en woeste kracht, vaak in verbinding met primitieve natuur, irrationaliteit, instinctief en onbeschaafd gedrag en zelfs wreedheid. Als voorbeeld hiervan gold voor Nietzsche in de Griekse tragedie de emotionaliteit van de koorzang (tegenover het apollinische in de dialoog).

Sommigen leggen verband tussen het apollinische element in de Oudheid en het rationele van het latere classicisme. Parallel hieraan legt men dan verband tussen het dionysische en de latere irrationele elementen van de romantiek.

Bronvermelding

Lit: M. Landfester (red.), F. Nietzsche, Die Geburt der Tragödie: Schriften zu Literatur und Philosophie der Griechen (1994) • E. Kunne-Ibsch, Die Stellung Nietzsches in der Entwicklung der modernen Literaturwissenschaft (1972), p. 5 • B.A. Kruse, Apollinisch-Dionysich: moderne Melancholie und Unio Mystica (1987) • G. Ueding (red.), Historisches Wörterbuch der Rhetorik, Bd 1 (1992), kol. 797-805.